Voorbeelden van het gebruik van Zegje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zegje dat elke dag tegen jezelf?
Hallo, wat zegje daar? AI zo vaak?
Ik zegje dat er niets is.
Iedereen moet zijn zegje kunnen doen, maar natuurlijk met respect voor anderen.
Wat zegje tegen haar?
Hij heeft z'n zegje al mogen doen.
Als je je zegje wilt zeggen en je loopje wilt lopen.
Wat zegje nou?
Wat zegje? Welk deel van"nee" begrijpje niet?
En wat zegje nu?
U heeft een aardig zegje over het opvoeden van onze kinderen.
Wat zegje? Je moeder en ik waren?
Wat zegje tegen hen?
Ze zijn nog steeds aan het overleggen of pa zijn zegje zal doen.
We kunnen 'm minstens zijn zegje laten doen.
Grote grutten, je hebt gelijk. Wat zegje?
Je hebt je zegje gedaan.
Hier is mijn laatste zegje.
Ik deed m'n zegje.
Dat is genoeg. Iedereen deed zijn zegje.