Voorbeelden van het gebruik van Zigeuner in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zigeuner.- Je bent je jas vergeten.
Ha, dat is zigeuner eten!
Mijn vader is 'n zigeuner.
Vergeef mijn cynisme, maar ik vertrouw de zigeuner niet echt.
Ik wil geen zigeuner in m'n huis.
Kom in beweging, zigeuner.
Ze is een zigeuner.
Dag, Tyler. Ben jij 'n zigeuner?
Wat bedoel je met,"Zigeuner"?
Kom van je luie reet, zigeuner.
Mijn dochter is een zigeuner.
Ik moet die oude zigeuner vinden.
En als die zigeuner hond schade doet,
Hij heeft de prinses en hij heeft de zigeuner.
Moeder zegt dat een polak een ergere dief is dan een zigeuner, en ook smeriger.
Toen bedacht ik dat de zigeuner geld op zichzelf had staan.
Het werd gestolen door een oude heks van een zigeuner.
In de volksmond worden zij echter allen doorgaans‘zigeuner' genoemd.
Ik wil dat die zigeuner vecht.
Ik bezit de ziel van een zigeuner.