Voorbeelden van het gebruik van Zij was het in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zij was het lek.
Neem haar mee. Zij was het.
Zij was het die de zaak had overgedragen.
En de moeder, zij was het ergste.
Jij was niet het doelwit, zij was het.
Wat een kreng. Zij was het niet.
En zij was het bangst van ons allemaal.
Zij was het sterkst van ons allemaal.
Zij was het die mij stimuleerde om over de dingen na te denken.
Zij was het. Marion Holland!
Zij was het.
Dus zij was het die je opgevoed heeft?
Zij was het altijd al.
Zij was het, hè?
Zij was het zelf en haar hoerige gewoontes.
Zij was het, uh, ze was degene die haar gevonden heeft.
Ja, zij was het die ons die waarschuwing stuurde naar de Northumberland Hotel.
Zij was het.