Voorbeelden van het gebruik van Zout in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Bloed is zout.
Niet veel meer, want de trassi is zout genoeg.
weer… en strooit zout over de stoep.
Zout en dan alcohol.
En zout in deze wonden.
Ah, zout en popcorn.
Mijn god, dat is zout.
Kook de pasta gaar in kokend water met wat zout.
Pak die en strooi zout op de oprijlaan.
Zout kan z'n dood worden.
We gebruiken krachtig zout voor ingrediënten met een sterke smaak… zoals vlees.
Zout en olie.
Het is niet zout.
Laat het vlees 30 minuten lang weken in zout water.
Pak die en strooi zout op de oprijlaan.
Spoel met zout, geen ontsmettingsmiddel.
We gebruiken krachtig zout voor ingrediënten met een sterke smaak… zoals vlees.
In het zout.
Het is zout.
Kook de aardappels in 20 minuten gaar in ruim kokend water met wat zout.