Voorbeelden van het gebruik van Een team in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij had een team in Magdeburg, in Bremen en in Groningen.
Een team van zeer betrokken en professioneel.
Stuur meteen een team naar Bruin 9.
Een team is slechts zo goed
Heeft hij een eigen team?
Een team bestaat uit vijf man.
Een team van twee personen die samen een" missie" uitvoeren.
Een speciaal team.
Gaat de CIA een team sturen om hem te pakken?
Commander Fox zei dat je een team leider bent, Cadet Janklow.
Er moet snel een nieuw team en een nieuwe bolide aangepast worden.
Cooper stuurt een team om Dr Gallup op te halen.
Ik wil een team zijn.
We moeten de juiste spirit kweken, een team vormen met slechts één doel.
We waren toch een team?
Maar het is een team barbecue.
Vanaf nu ga je een team speler zijn.
Wie heeft baat bij een stabiel kampioenschap en een stabiel team?
We zijn een team.
We zetten twee boten in hun vaarwater en er komt een team.