Voorbeelden van het gebruik van Eens per week in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dat doe ik eens per week.
Ik zag Sienna eens per week.
Ik bezoek haar graf eens per week.
Eens per week, een paar minuten.
Eens per week, een maand lang.
Kom je maar eens per week?
Eens per week bekijken we een film.
Hij wordt maar eens per week neergeschoten.
Ik neem een kamer hier eens per week.
Eens per week mag je naar het badhuis.
Eens per week krijg je schone kleren.
We kunnen eens per week thee drinken.
Ik kan het eens per week doen.
Wat dacht je van eens per week?
We gaan eens per week uit eten, familie.
Vaker dan eens per week;
Eens per week biedt het museum theatervoorstellingen.
De suites worden eens per week schoongemaakt.
Bedlinnen inbegrepen(eens per week verschoond).
Eens per week organiseert de berggids een sterrenavond.