Voorbeelden van het gebruik van Kasteel in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Quaky huurde het kasteel van een hertog buiten Londen.
Het kasteel heeft ons gered.
Elk kasteel heeft een prinses nodig?
Geef hun kasteel aan families die voor jou vochten.
Terug naar het kasteel is een lange weg.
Het festival is bekend om zijn openluchtpodium tegen de achtergrond van het kasteel.
De Koningin nam me mee naar haar kasteel.
W-w-w-we zijn in je domme reus z'n gigantische kasteel.
De dief zit in het kasteel.
Afstammelingen van Willem van Steenbergen bewoonden het kasteel nog tot 1778.
Ujichika beloonde Soun door hem kasteel Kokukuji te geven.
De verschillende opeenvolgende heren verbleven op het plaatselijk kasteel.
De familie Pauwens woonde in het kasteel tot 1847.
De garage ligt een paar honderd meter van het kasteel.
Als voorbeeld diende het kasteel van Versailles.
Daarna haast Filip zich het kasteel in en kust Aurora.
In 1783 werd de burcht afgebroken en door een kasteel vervangen.
Na haar ontsnapping, gaat ze meteen richting het kasteel.
Hij helpt haar ontsnappen en gaat met haar naar het kasteel.