KLEINKINDEREN - vertaling in Frans

petits-enfants
kleinkind
kinderen
kindskinderen
je kleinkinderen
petits-fils
kleinzonen
kleinkinderen
petits enfants
klein kind
kleinkind
kindeken
peuter
kleine jongen
petites-filles
kleindochter
kleinkind
achterkleindochter
met kleindochter
petit-enfant
klein kind
kleinkind
kindeken
peuter
kleine jongen

Voorbeelden van het gebruik van Kleinkinderen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Mensen van onze leeftijd hebben geen kinderen, maar kleinkinderen.
Les gens de notre âge n'ont pas d'enfants, ils ont des petits-enfants.
Binnenkort heb ik kleinkinderen.
Je serai bientôt grand-père.
Ze wilde kleinkinderen.
Elle voulait des petits-enfants.
Elie en Pierre Bernheim, Raymond Weils kleinkinderen, komen in het bedrijf.
Elie et Pierre Bernheim, les petits-enfants de M. Raymond Weil, rejoignent la société.
Zij hadden acht kinderen en 23 kleinkinderen.
Il eut 18 fils et 23 filles.
Margriet en haar echtgenoot hebben samen elf kleinkinderen.
Glasse et son mari avaient dix ou onze enfants.
Jij met een vrouw en kinderen. En kleinkinderen.
Que tu aies une femme, des enfants, des petits-enfants.
Voor manlief, de kinderen en zelfs kleinkinderen.
Pour l'époux, les enfants et même, les petits-enfants.
Jullie mogen trots zijn voor jullie kinderen en kleinkinderen.'.
Vous pourrez en être fiers devant vos enfants et vos petits-enfants».
De vorige waren te krap. En ik wil kleinkinderen.
La dernière fois, tu en as pris des trop moulants et je veux des petits enfants.
Goed, nu kan je druk en maak me meer kleinkinderen.
Vous aller pouvoir vous occuper en me faisant pleins de petits-enfants.
Wil je kleinkinderen?
Voulez vous des petits enfants?
Ze heeft een alleenstaande zoon en ze wil kleinkinderen.
Elle a un fils célibataire et elle veut des petits-enfants.
we willen kleinkinderen.
On veut des petits enfants.
En ik gok dat Mrs. Weeks kleinkinderen dat ook vinden.
Les petits-enfants de Mme Weeks penseraient la même chose que moi.
Eerst de huwelijksreis, dan kleinkinderen.
Pour la lune de miel puis les petits-enfants.
en hij heeft kleinkinderen.
il a des petits enfants.
Ik heb kleinkinderen.
J'ai même des petits-enfants.
Met kleinkinderen gaat het geweldig
Avec les petits-enfants, soit c'est le bonheur,
Hoeveel kleinkinderen heb ik?
Combien j'ai de petits-enfants?
Uitslagen: 1021, Tijd: 0.0674

Kleinkinderen in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Frans