Voorbeelden van het gebruik van Naïef in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Er is zo'n naïef meisje dat hij denkt.
Zeer naïef.
Wie is er nu naïef?
Misschien was het naïef maar ik dacht dat we samen al onze problemen konden oplossen.
Zulke meisjes zijn zo naïef en dwaas.
Mijn moeder zei altijd dat ik te naïef was bij knappe vrouwen.
Misschien waren we te naïef.
Misschien ben ik naïef, maar ik schrok toen ik hoorde
Ik vrees dat u iets te naïef bent.
Wat ben je toch naïef.
Ik was jong, maar nooit naïef.
Hij is erg dom en naïef, maar wel sterk.
Ben ik naïef?
Als het op meisjes aan komt blijft hij toch naïef.
Wat ben je toch naïef.
Ik moet toegeven dat ik waarschijnlijk te naïef ben geweest", erkent ze.
Zij is naïef en vrijgevig.
Ze lijkt naïef en heeft weinig wereldkennis.
Ze is wat naïef, werkt hard, maar.
bijna naïef.