Voorbeelden van het gebruik van Roekeloos in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
we moeten niet roekeloos handelen.
Maar wat je deed was dom en roekeloos.
Dat is roekeloos.- Jezus, ik begrijp het.
Je wordt roekeloos.
Dan ben je roekeloos en dom.
Ze is roekeloos.
Ik was jong en roekeloos!
Dit is roekeloos.
Hoe heb je zo roekeloos kunnen doen?
Ik heb nog nooit een impulsieve of roekeloos ding in mijn leven gedaan.
Wat jij deed was roekeloos.
dan is dit gewoonweg roekeloos.
Hij is niet zo roekeloos.
Hij wordt te roekeloos. En te hebberig.
Roekeloos, misschien. Hij is een Took.
Zijn we roekeloos, en zijn we laf.
word niet roekeloos.
Ze zijn gevaarlijk en roekeloos.
De NYC fotograaf beweerde de Lohans zijn roekeloos met het voertuig.
Wat jullie gedaan hebben was ondoordacht, roekeloos, onprofessioneel.