Voorbeelden van het gebruik van Roekeloos in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het was- Ik ben dom en roekeloos.
Lag halverwege. Je wordt roekeloos.
Het zou roekeloos zijn.
Hij kan roekeloos zijn.
Je werd roekeloos.
Ogden uitsluiten is voorbarig, roekeloos.
Het nieuwe plan van de generaal is roekeloos.
Iemand is roekeloos geweest.
Dat was heel roekeloos.
We willen niet roekeloos lijken.
Je trots heeft je roekeloos gemaakt.
Even samenvatten, roekeloos en stom.
Hij is stom en roekeloos.
Ze worden roekeloos.
Wat Hank deed was roekeloos.
Hij is dwaas en roekeloos.
Ik ben roekeloos.
Het was roekeloos.
Hij is dom en roekeloos.
Dit is roekeloos.