Voorbeelden van het gebruik van Stijl in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De perfecte balans tussen stijl, functionaliteit en betrouwbaar-heid.
Liz Taylor is niet zijn stijl en zelfs niet Sally Burtons glimlach.
Ik heb gemerkt dat smaak en stijl gelukkig goed in de markt liggen.
Stijl, meneer.
Het is niet mijn stijl, maar ik moest bevelen opvolgen.
Stijl is mijn nieuwe trend.
Stijl is de enige constante in het leven.
de sombere Victoriaanse Gotische stijl terugkomt.
maar een yankee met stijl.
ze was mooi en ze had stijl.
Je kan geld stelen, maar geen stijl.
Dat is niet de stijl van Blade.
En jij had stijl.
Doelmatigheid heeft zijn eigen stijl, Sheriffassistent Lupo.
Wat weet ik nu van stijl?
Geen stijl.
Is dit niet de stijl van nu?
Dat noem ik pas stijl!
Ik wist wel dat hij stijl had.
maar je hebt geen stijl.