Voorbeelden van het gebruik van Tuin in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De tuin loopt goed.
Hij houdt de tuin open en jij vermoordt 'm!
Mijn tuin is mooier
Dat is de tuin die jullie beërfd hebben voor wat jullie hebben gedaan.
De tuin tussen Pineda's huis en de garage was een puinhoop.
Volgens Peck had je hulp nodig in de tuin.
Ze vinden toch geen olie in je tuin.
Waarom hangen er door de hele tuin gigantische lolly's?
Dat is een hond die niet meer in iemand anders tuin zal schijten.
Ze zullen prachtig staan in de tuin.
Waarom verniel je mijn tuin?
Ze graven vier lijken op uit uw tuin.
Schijt niet in mijn tuin.
pis ik ook niet in jouw tuin.
Uit mijn tuin.
Er ligt een dode kat in mijn tuin.
Je hoort niet in de tuin.
Hé, hou die honden uit mijn tuin!
Nee, ik heb ook paar jaar de tuin van een buurman verzorgd.
En in deze tijd werkje niet in de tuin.