Voorbeelden van het gebruik van Weeën in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Maar ik had geen weeën.
Ik krijg weeën.
Oké, de weeën komen.
Mijn dochter heeft weeën.
Ze heeft weeën.
Sylvia, heb je weeën?
Sylvia heeft weeën.
De heer Van Der Weeën, Paul, adjunct van de directeur.
Weeën zitten dichter op elkaar.
Weeën komen elke twee minuten.
Had je weeën vóór je vliezen braken?
Ik herinner me 20 uren weeën.
Cam zei dat je weeën had.
Sharon, ik hoorde dat je weeën zijn begonnen op ons politiebureau.
Mijn vrouw heeft weeën!
Weet je, ik hoorde dat weeën het moeilijkste zijn.
De kapel Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën in de Gelaagstraat.
De baby ziet er goed uit, maar zij heeft wat weeën.
Ze heeft weer weeën.