Voorbeelden van het gebruik van Bastaard in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De bastaard rijdt naar New Hope.
Sean, de Ierse bastaard!
Op een manier… is zij een bastaard.
Je hebt niets te maken met die bastaard.
Je bastaard is dood.
Winterfel is van mij, bastaard.
Een dwerg is 'n bastaard in de ogen van z'n vader.
Deze zieke bastaard laat voor ons een spoor van broodkruimels achter.
Eerst die Bastaard op het feest en nu dit.
Het was die bastaard, John Wakefield.
Ik blijf hier liggen, tot die bastaard me smeekt om terug te komen.
Verslagen door een bastaard.
Een soort van bastaard.
Morgenochtend dan, bastaard.
Niets, bastaard?
Bastaard, ben je zo hongerig?
We kunnen die Bastaard beter als eerste vinden.
Wanneer komt die bastaard bij ons?
Jij, zwarte bastaard.
Jij zwarte bastaard!