Voorbeelden van het gebruik van Bedrieg in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Raar, het voelt alsof ik Elliot bedrieg, maar dat is belachelijk.
Wij lopen in eerlijkheid, bedrieg nooit klanten.
Hoe durf je te denken dat ik Abel bedrieg?
Zei ik niet: Bedrieg mij niet?
Ik kan niet verdragen dat ze denkt dat ik jou bedrieg.
Kom mee, Aaron. Ik bedrieg hen allebei.
En in dat geval, bedrieg ik Leela niet als we.
Als ik je bedrieg, heb ik niks.
Bedrieg je echtgenote niet?
Bedrieg je me met een Indiaas mannetje?
Bedrieg je me nu?
Bedrieg je me, terwijl ik zo teder ben?
Ik lieg, bedrieg, steel voor het bedrijf.
Waarom bedrieg je mij, Juliet?
Trouw met Susan en bedrieg met iemand van Queens.
Bedrieg dagen zijn aantal één van Dieter bedreiging.
Bedrieg je me met haar?
Bedrieg jij niemand?
Bedrieg niemand door fictieve cijfers te zeggen.
Bedrieg je mij met haar of haar met mij?