Voorbeelden van het gebruik van De pier in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De pier is geweldig.
We gaan naar de pier in Sausalito.
De pier af en je loopt er zo tegenaan.
Meisjes op de pier, Munch.
Meestal de Pier.
Je raakt niet eens de pier af.
Iemand meldde een lichaam onder de pier.
Wat is de snelste weg naar de pier?
Op 't eind van de pier.
Ik ben bij de pier.
Ik zou beter naar de pier kunnen gaan.
Het wordt vast heerlijk. Hand in hand over de pier wandelen.
Ik zou niets liever doen dan hem van de pier gooien.
Aan het einde van de pier, jongen.
Chao An, ken je de pier?
Ondertussen loopt hij weg, terug naar de pier?
Wil je dat hij teruggaat naar de pier?
Zijn vriendin Jocelyn had gelijk dat hij op de pier werkt.
We zijn nog bij de pier.
Worden verhuurd kano's en waterfietsen op de pier van de camping.