Voorbeelden van het gebruik van Die gast in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Die gast daar?
Die gast rijd in een oude bruine truck
Die gast is losbandig.
Louis, die gast heeft een strafblad zo lang
Die gast, en ik heb 't tegen jou besloop je van achteren!
Die gast is een vader.
Die gast, hij is een grote vechter.
Het betekent dat die gast de lul is.
Maar die gast en zijn vrienden!
Ik weet niet wat die gast tegen Oliver zei maar hij.
Ik bracht twee jaar door in een drie-bij-vier cel met die gast.
Die gast, en die waarschijnlijk ook.
Die gast, Mark, is… goed.
Ga je nog steeds een weekend weg met die gast van het internet?
En die gast daar- dat is mijn echtgenoot.
Hé kijk, het is die gast daar.
Lk zag niks verdacht aan die gast.
En die gast daar?
Ik wil een nieuwe auto, zoals die gast.
Wat is dat met jou en die gast?