Voorbeelden van het gebruik van Geen baan in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Geen baan, alleen een kamer in een opvanghuis.
Geen baan, dat is, natuurlijk, waarom ik hier ben.
Je hebt nog geen baan.
Zij heeft geen leiding, ze kan geen baan behouden… ze is nooit op tijd.
Voldoen aan de drie voorwaarden was geen baan(winstgevende bezigheid); actief.
Geen baan, geen vrienden.
Geen baan, uit huis gezet.
Zoals ik zei, geen baan.
nog geen baan.
Ik heb hier geen baan meer.
Kitty, geen baan.
Ik heb nog geen baan.
vier zussen en geen baan!
Ik hag geen baan totdat ik 16 was.
Geen baan, werk nodig.
Misschien heb ik wel geen baan meer.
Dan heb je misschien geen baan meer.
Of misschien heb je wel geen baan?
Geen enkele baan eigenlijk, waar… waar ze omringd werd door andere mannen.