Voorbeelden van het gebruik van Halfuur in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Over een halfuur komt je stalker.
Ze is een halfuur geleden vertrokken,
Een halfuur, een uur vertraging?
Het werd half elf, een halfuur voor de bekendmaking van de prinses.
Minder dan een halfuur fietsen van zeven kastelen.
Een halfuur en dan laat ik je achter.
Een halfuur, drie kwartier?
Een halfuur van het skigebied Valtourneche.
Een halfuur met de trein van en naar Londen.
Een halfuur, senator. In het winkelcentrum.
Over 'n halfuur komen de kinderen.
Een halfuur van de stad Mostar;
Een halfuur van Gerona.
Minder dan een halfuur.
Ik zou jullie beiden willen zien in mijn bureau over een halfuur.
Drinken al zo'n halfuur koffie.
Als ik nu meteen vertrek, ben ik er met een halfuur.
Ik zou het doen als ik niet binnen een halfuur bij de bank moest zijn.
Je bent maar een halfuur hiervandaan.
Zorg dat alles over oplichterij over een halfuur op m'n bureau ligt.