Voorbeelden van het gebruik van Lekkers in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Geef me iets lekkers en duurs.
Ik heb iets lekkers voor haar.
Nee, iets lekkers.
We moeten hem wassen en iets lekkers te eten geven.
Geef hem iets lekkers te eten.
Oh ja, ik denk dat er iets heel lekkers in de keuken staat.
En iets te drinken, iets lekkers.
Wat krijgen we voor lekkers?
Geef me iets lekkers.
Ik maak iets lekkers te drinken voor je klaar?
Ik heb wat lekkers voor de zuster.
Veel lekkers in de winkel.
Krijg ik wat lekkers als ik er om vraag?
Plezier en lekkers met cannabis voor een speciale Halloween. BLOG.
Het lekkers is ook voor haar, want zij is weduwe.
Als je dan nog steeds iets lekkers wilt, ga er dan voor.
Bewaar wat lekkers voor grootmoeder.
Ik ga zoiets lekkers voor je maken, Louise.
Lekkers moet gebruikt worden
Ze wilden iets lekkers om naar terug te komen.