Voorbeelden van het gebruik van Neefje in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Steve, dit is m'n neefje Werner.
Daarom lijkt hij op z'n kleine neefje.
iemand anders erin had kunnen gaan na je neefje.
Een kerstcadeau voor je neefje?
We doen alles voor ons neefje.
Heeft mijn neefje verdriet gedaan?
Jouw man Ari is Tevan's neefje en zijn opvolger.
Maar raad eens wie de volgende is, neefje?
Ik krijg 'n neefje.
Dat is je neefje, man.
We zijn superrijk, neefje.
Dat is je neefje Drew.
Hoe denk je erover, neefje?
Niet gemeen worden, neefje.
Volgens die kat op de veerboot had je neefje Nicky je die gegeven.
Dat is mijn neefje… lieve jongen,
Mijn neefje is nogal gesteld op uw kleindochter?
Of je hebt misschien een neefje met een staart.
Ik heb geen neefje.
Ja neefje, ik ga werken.