Voorbeelden van het gebruik van Net op tijd in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Net op tijd voor de aftrap.
Net op tijd voor de Amerikaanse Burgeroorlog.
Dunham, net op tijd.
Net op tijd, agent Barbrady.
Als ik morgen vertrek, kan ik nog net op tijd zijn.
Dan ben ik net op tijd.
Net op tijd om Liam van de dagopvang te halen.
Net op tijd om de exprestrein van 22.00 uur tegen te komen.
Net op tijd voor m'n dochters optreden van morgen.
Je bent net op tijd voor Jonah zijn wereldberoemde Miller Mojito.
Net op tijd, om te worden ontslagen.
Net op tijd.
Net op tijd.
Net op tijd om zijn leven te redden.
Net op tijd voor de thee!
Een programma dat net op tijd afloopt.
Net op tijd, Joseph.
Hee… je bent hier net op tijd.
Ik bedoel, net op tijd.
Je bent laat, maar je bent net op tijd.