Voorbeelden van het gebruik van Net op tijd in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Nee, ik ben net op tijd.
Je bent net op tijd.
En net op tijd, zie ik! Je ziet er vreselijk uit!
Dokter, net op tijd.
Ze was net op tijd.
Dan ben je net op tijd voor de genadeklap.
Dan zijn we net op tijd.
En net op tijd.
Jullie zijn net op tijd.
Hij heeft me nog net op tijd kunnen benoemen in Montpaillard.
Net op tijd voor Leno.
Net op tijd,!
Net op tijd voor een slaapmutsje.
We waren gelukkig net op tijd.
Eigenlijk ben ik net op tijd.
Dan ben ik nog net op tijd.
Over twee uur gaat dit naar het ABC nieuws, net op tijd voor het avondnieuws.
We waren hier net op tijd om de knal door de deur te zien komen,
jullie konden komen, jullie zijn net op tijd voor High Tea.
Nog net op tijd voor de Olympische Spelen kwam een nieuw eersteklas adres voor betaalkrachtige gasten uit de hele wereld gereed.