Voorbeelden van het gebruik van Thuiskomen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik heb je vannacht niet horen thuiskomen.
Jessica zei dat ze wat kleren mee zou nemen als Jack en zij thuiskomen.
hun botten niet thuiskomen?
ik denk dat je moet thuiskomen.
De Christus in mij wil thuiskomen(4:1).
Ik heb je gisteren niet horen thuiskomen.
Misschien zijn er andere redenen, waarom ik niet wil thuiskomen.
O nee, ik bewaar het bewijs… tot papa en mama thuiskomen.
Zorg er nu voor dat je gasten veilig thuiskomen.
Cherrapunjee: Waar wolken thuiskomen.
Mijn kleinkind kan thuiskomen.
Je kan niet… Je moet thuiskomen.
Hij wilde' thuiskomen'?
Als Gnomeo en Juliet thuiskomen en ze ontdekken dat iedereen i….
Ik wacht tot de jongens thuiskomen.
Het feest begint zodra Al en Bud thuiskomen.
Je moet vaker thuiskomen.
Altijd thuiskomen met een comfortabel, goed voorbereid huis.
Het zijn de vrienden van Jeremy die thuiskomen.
En nu gaan we ontspannen tot die andere twee thuiskomen.