Voorbeelden van het gebruik van U moet rusten in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Heer. U moet rusten.
U moet rusten.
Ridder… U moet rusten.
U moet rusten.
U moet rusten.
U moet rusten, Mr. Bishop.
U moet rusten.
U moet rusten.
U moet rusten.
U moet rusten.
U moet rusten voor een paar uur na de test.
Morgen, u moet rusten, zij kan nog wel een dag langer de leiding hebben.
U moet rusten, Carson. Wilt u hier wilt zitten of beneden?
U moet rusten.
U krijgt een recept mee maar u moet rusten.
U moet een tijdje rusten.
Uw brein moet rusten zodat u weer aan de slag kunt.
Moet u niet rusten?
Heer, voor enige kans te overleven moet u rusten.
Misschien moet u wat rusten, Mr Kruger.