Voorbeelden van het gebruik van Wie weet in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Wie weet welke leugens hij verspreidt.
Wie weet iets over wat?
Wie weet hiervan?
Wie weet waar het verborgen is?
Wie weet wat er gaande was in zijn hoofd?
Wie weet?
Wie weet niet wie Joe Kingman is?
Wie weet beter dan ons wat het is om vader te zijn?
Wie weet dat ik er naar keek?
En wie weet wat nog allemaal?
Wie weet op zijn achttiende al wat hij wil doen?
Wie weet waar hij was?
En wie weet welke van de twee ons op het juiste spoor gaat helpen?
Wie weet de echte namen?
Wie weet nou hoe je zoiets moet maken?
Wie weet nu dat kalkoenen niet kunnen vliegen?
Wie weet wat Mullen zal doen om hem het zwijgen op te leggen?
Wie weet. Wat saai?
Wie weet wat er zal gebeuren?
