Voorbeelden van het gebruik van Zigeuners in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Zigeuners zijn net als joden.
De politie haat zigeuners. Ze wil er niets mee te maken hebben.
Dus, als het blijkt uw land te zijn, je verkoopt het aan de zigeuners.
Wat nou, zigeuners?
Nee, geen zigeuners.
ging met stierenvechters en zigeuners om.
Je hebt me van die zigeuners gered.
Haar grootouders waren de koninklijke familie van de zigeuners.
Ik kocht van rondreizende zigeuners.
Vertel eens. Hebben die zigeuners haar ook vervloekt?
Dood een paar zigeuners'.
koning van de zigeuners.
Op straat een groep zigeuners.
Anderen gingen naar Palestina, vooral de zigeuners.
En oorlog… met de Zigeuners.
Snap het dan, we moeten de zigeuners de Verboden Vallei in volgen.
En blijf van die zigeuners weg.
koning der zigeuners.
Graaf, er kampeert een stel zigeuners bij het kasteel.
Al 20 jaar, vecht ik tegen de zigeuners… Een voor een.