BAÑA - vertaling in Nederlands

baadt
baños
bañar
bañeras
oraron
termas
piscinas
wast
lavar
de lavado
bañar
se lava
limpiar
cera
in bad
en la bañera
en bad
en el baño
en la tina
en la ducha
en el jacuzzi
a bañar
en bath
omspoelt
zwemmen
nadar
natación
baño
bañar
piscina
baden
baños
bañar
bañeras
oraron
termas
piscinas
wassen
lavar
de lavado
bañar
se lava
limpiar
cera
tijdens baden

Voorbeelden van het gebruik van Baña in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Baña el cadáver?
Het lijk baden?
Baña de amor a los que te aman.
Geef liefde aan je geliefden.
El Mediterráneo baña las costas de 21 países.
De zeeën van het Middellandse-Zeegebied worden gewassen door de kusten van 21 staten.
El transparente mar Mediterráneo baña el Hotel Eden Roc a lo largo de 360 metros.
De transparante Middellandse Zee omringt het Eden Roc hotel voor 360 meter.
El desayuno, se baña y se viste con su Vallet.
Ontbijt, bad en hij wordt aangekleed door zijn kamerdienaar.
Bañate antes de irte Huele bien gacho!
Neem een douche voor je weggaat, je stink nogal!
Un niño baña al perro a las 4:20.
Een jongen bad de hond om 4:20.
Soy quien lo baña.
Ik ben degene die hem baddert.
Apuesto a que se baña diariamente.
Ik wed dat ze elke dag een bad neemt.
Mi madre me baña cada día.
Mijn moeder geeft me iedere morgen een bad.
hacia la cima y observe cómo el sol baña el paisaje con su suave y dorado brillo.
kijken hoe de zon het landschap baadt in haar zachte, gouden gloed.
una viuda de 76 años, se baña en el río Ganges en Nábadwip,
een 76-jarige weduwe, wast zich in de rivier de Ganges in Nabadwip,
Adriana Cordeiro Soares, de 30 años, baña a su hijo João Miguel de 3 meses,
Adriana Cordeiro Soares(30) wast haar drie maanden oude zoontje João Miguel,
Soy la mujer que te ama, que cuida de ti, quien te da de comer, que te baña… y hace el amor contigo.
Ik ben de vrouw die van je houdt… die voor je zorgt… die je eten geeft… die je in bad doet… en met je vrijt.
El mar que baña las costas de las Islas Canarias, influenciado por la
De oceaan, die de Canarische eilanden omspoelt, wordt beïnvloed door de koele stromingen van de Caraïben
Si lo baña al aire libre,
Als je hem buiten wast, moet hij warm genoeg zijn
Mientras se baña, navega y practica surf, explore la región desde el agua.
Tijdens het zwemmen, zeilen en surfen verken je de regio vanaf het water.
Dardanelos, que baña las costas de la península resultó pasaje crucial para las principales rutas comerciales del mundo antiguo.
Dardanellen, die de kust van het schiereiland wast bleek cruciaal doorgang voor de belangrijkste handelsroutes van de oude wereld.
por el contrario, que el fluido vivo de la opinión popular baña constantemente los cuerpos representativos,
het levende fluïdum van de volksstemming voortdurend de vertegenwoordigende lichamen omspoelt, erin doordringt,
Mientras se baña, se puede dirigir una ducha de hidromasaje en los pechos y los genitales.
Tijdens het baden kun je de douche naar de borst en geslachtsdelen richten.
Uitslagen: 189, Tijd: 0.1789

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands