Voorbeelden van het gebruik van Wassen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
We wassen hem en trekken hem z'n pak aan.
Na gebruik handen wassen met zout water.
Je zonen plunderen haar kuisheid en wassen hun handen in Bassianus z'n bloed.
Ik blijf wassen en schrobben, maar het gaat maar niet weg.
Ze moeten zich vaker wassen. Voor de rest mag ik hen wel.
Laten we onze kleren nog eens niet wassen.
laten ze hun kleren wassen.
We gaan wat melk drinken, je haren wassen.
Moet ik dan nog meer borden wassen?
de afwas met de hand wassen.
Nog één keer en ik ga je mond met zeep wassen.
Denk maar niet dat ik 'm buiten ga staan wassen.
Jullie gaan alle borden in de gang wassen, de bibliotheek opruimen.
Mensen voor drie posities, en ik wil dat jullie mijn auto wassen.
Mag ik uw voeten wassen, meneer?
We gaan samen onze handen wassen.
Mag ik eerst even mijn handen wassen?
M'n haar wassen.
Stop de kleuring reactie van 3 x 5 minuten wassen in PBST.
En daarna je haar wassen!