Voorbeelden van het gebruik van Wassen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Moet ik je mond met zeep wassen, jongedame?
Metalen filters kun je wassen en blijven gebruiken.
Meneer, mogen we je auto wassen?
Wasauto, Watering Bloemen/ Groenten, Wassen Windows/ Floor etc.
Moet ik dan je ondergoed wassen?
Ik moet ze laten wassen.
Moet ik me handen wassen?
Je moet je wassen.
Je moet mijn harnas oppoetsen, mijn kleren wassen en mijn kamer schoonmaken.
Mag ik me nu gaan wassen?
De man die de auto aan het wassen is, is meneer Jones.
Ik moet ze eigenlijk even wassen.
Ja, ze was zich aan 't wassen.
Eerst de auto wassen.
Rory wilde ze niet wassen.
We reinigen en wassen mijn aardappelen zorgvuldig,
Kleding wassen en droog-dun wassen met water en kilo.
We wassen of spoelen dagelijks meermaals onze handen af.
We wassen hem wel in de wastafel.
Jonge vrouw wassen van een auto met een spons.