ESCAPÓ - vertaling in Nederlands

vluchtte
vuelos
huir
pasajes
foros sobre viajes
viaje
escapar
correr
ontkwam
escapar
evitar
huir
eludir
salir
se escape
escapatoria
puede obviar
weggelopen
escapado
huido
fugitivos
fugado
huído
ido
salido
desbocado
weg
camino
carretera
lejos
vía
salir
fuera
ruta
calle
senda
marcha
wegliep
huir
escapar
correr
salir
ir
drenar
abandonar
dejar
alejarse
irte
weggekomen
escapó
salido
librado
rende weg
huyen
corren
salen corriendo
escapamos
ontglipte
escapar
pasar
eludiendo
de las manos

Voorbeelden van het gebruik van Escapó in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
As Saffát-140: Cuando se escapó a la nave abarrotada.
As-Saffat-140:(Gedenkt) toen hij wegliep naar het volgeladen schip.
Mientras que no haya contacto contigo, Liberate asumira que ella escapó.
Zolang er geen contact met jou is gaatLiber8 er vanuit dat ze is weggelopen.
Ella escapó y yo vivía en una granja.
Ze rende weg en leefde op een boerderij.
Se escapó.
Hij is weggekomen.
Steve-arino solamente escapó.
Steve-arino liep enkel weg.
Cuando se escapó a la nave abarrotada.
Toen hij naar het volbeladen schip wegliep.
Lo seguí, pero se me escapó.
Nee. Hij ontglipte me.
Se escapó por última vez.
Ze is voor de laatste keer weggelopen.
El caballo escapó, ella se cayó.
Het paard rende weg, ze viel eraf.
No, Boris, él se escapó.
Neen, Boris, ging hij weg.
Sí, pero se… escapó.
Ja, maar ze... weggekomen.
Siempre amaré a la doncella que escapó.
Ik zal altijd houden van het meisje dat wegliep.
Yo solo… no estaba pensando, y se me escapó.
Ik… Ik heb… Ik dacht niet na, en het ontglipte me.
Pero se escapó.
Maar ze is weggelopen.
Simba escapó de casa, pero tenía que regresar.
Simba rende weg van huis, maar moest wel terugkomen.
Y gracias a ustedes, se escapó.
En dankzij jou is hij weggekomen.
Cuando se escapó a la nave abarrotada.
(Gedenkt) toen hij wegliep naar het volgeladen schip.
Haden escapó.
Haden is weg.
No fue mi intención… Se me escapó.
Ik bedoelde het niet zo, het ontglipte me alleen.
Hannah dice que se escapó.
Hannah zegt dat ze is weggelopen.
Uitslagen: 1900, Tijd: 0.1286

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands