EXCLAMA - vertaling in Nederlands

roept
llamar
gritar
convocar
decir
crear
piden
evocan
claman
invocan
instamos
zegt
decir
afirmar
hablar
significa
uitriep

Voorbeelden van het gebruik van Exclama in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
lo importante es la luz”, exclama Geoffrey en un momento dado.
het draait allemaal om het licht“, zegt Geoffrey op een gegeven moment.
No habrá ya muerte», exclama la voz potente que sale del trono de Dios en la Jerusalén celestial(Ap 21,4).
De dood zal niet meer zijn”, roept de krachtige stem die komt van de troon van God in het hemelse Jeruzalem(Apk 21,4).
Luego levanta las manos hacia el cielo y exclama:“¡Oh!
Hij heft zijn handen op naar de hemel en zegt:< O Heer!
vengo pronto”, él exclama:“¡Amén!
ik kom vlug', hij uitriep: ‘Amen!
Sosteniendo su cuerpo muerto, exclama"Ahora ella es exactamente como Marie".
Terwijl hij haar dode lichaam vast houdt roept hij" Nu is ze precies zoals Marie".
Prefiero la noble conducta de Emerson cuando tras varios desengaños exclama:“Anhelo la verdad”.
Ik kies voor de meer edele gedachten van Emerson zoals toen hij na verschillende teleurstellingen uitriep: ‘Ik verlang naar waarheid.'.
¿Qué ocurre?- exclama mi tío-¿Hemos tocado en un bajo?
Wat is er gaande?" roept mijn oom;"hebben wij gestooten?"?
Y tiene mucha razón- exclama mi tío, que no aparta el anteojo del grupo.
Hij heeft gelijk," roept mijn oom, die den kijker niet van zijne oogen heeft weggenomen.
ya estoy moreno”, exclama Mikhail con entusiasmo a sus vecinos.
ik ben al bruin', roept Mikhail enthousiast naar zijn buren.
Al ver a la Muerte por segunda vez, el hombre exclama,"¡No puede ser!".
Als hij de Dood de tweede keer ziet, roept de man: Dit kan niet waar zijn.
Después de haber citado una de estas tesis, nuestro«teórico» exclama en tono triunfal.
Na één van die stellingen aangehaald te hebben, roept onze ‘theoreticus' zegevierend uit.
y Tosca, exclama“Aquí hay un artista!”.
en Tosca roept “Hier is een kunstenaar!”.
Willie Wonka se sorprende de que Charlie sea el último niño y exclama que Charlie ha ganado.
Willie Wonka reageert verbaasd dat Charlie het laatste kind is en roept dat Charlie heeft gewonnen.
Al ver el resultado Anna Bertha exclama con cierto temor:“He visto mi muerte”.
Bij die aanblik riep Anna Bertha verschrikt uit: ‘Ik heb mijn overlijden gezien!'.
Sin perder su entusiasmo, exclama ante las hermanas de Igon:«¡Vamos!
Geestdriftig als altijd roept hij uit tegen de Zusters van Igon: «Vooruit!
Exclama:“¿no tenéis casas en que comáis y bebáis?”?
Hij roept uit: Hebben jullie geen huizen waarin jullie kunnen eten en drinken?
Todo el mundo exclama“¡son 3D de verdad!”
Iedereen zegt, “Het is echt 3D!”
Exclama Moisés:¡Ojalá todo el pueblo del Señor fuera profeta y recibiera el espíritu del Señor!
Mozes riep uit:"Ach ware het gehele volk des HEREN profeten"!
Quien arde en amor por la justicia, exclama:¡fiat justitia, pereat mundus!
Wie van liefde voor gerechtigheid brandt, roept uit: “Fiat iustitia, pereat mundus!”!
Él completa su trabajo y exclama"Sí, esto es la vida misma".
Hij voltooit zijn werk en roept uit:"Ja, dit is het leven zelf".
Uitslagen: 115, Tijd: 0.0575

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands