Voorbeelden van het gebruik van Riep uit in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Toen de Meester bij de boot verder scheen te lopen, riep Petrus uit: ‘Red ons, Meester, red ons.'.
Welk een gruwelijke fout», zo riep ik uit, «hebben dan toch wel degenen begaan die in onwetendheid zijn,
Toen richtte hij zich met een luidere toon tot mij en riep gehaast uit,"Luister: geen vreemdeling zal meemaken, wat jij meegemaakt hebt.
Anas, An-Nadir's zoon zag de wapens op de grond liggen en riep uit:'Waar wacht je nog op?".
Ik riep uit,"maar waarom Heer,
Toen riep hij uit, zoals alleen een oorspronkelijke methodist dat kan: ‘Jongeman, kijk naar Jezus Christus'.
zeg het dan! riep Bilbo uit.
Maar dat is onmogelijk!" riep ik uit, de schouders ophalende
Nog erger!" riep Al-Sayib uit."Ze weten niet wat ze met je aan moeten, Dima!"!
Ik zal een einde te maken aan deze,' zei ze tegen zichzelf, en riep uit.
Ba!" riep ik uit,"dat is waarlijk de moeite niet waard om er van te spreken!
zeg het dan! riep Bilbo uit.
en David riep uit:'Hij is niet alleen door opgewonden vrouwen gezien;
Och oma, wat heeft u een grote tanden!", riep zij uit.
Ik laat een ring van tweehonderd dollar niet zomaar verdwijnen!', riep ze uit.
de builen van het kind volkomen verdwenen waren en ze riep uit: ‘Baba!
De Boodschapper van Allah was het kijken naar deze geweldige actvan moed en riep uit:"Allahu Akbar!
Whitefield viel op zijn bed en riep uit:„Mij dorst!”!
viel hij op zijn knieën voor de morontia-Meester en riep uit, ‘Ik geloof!
Mozes riep uit:"Ach ware het gehele volk des HEREN profeten"!