FLORECIÓ - vertaling in Nederlands

bloeide
florecer
prosperar
floración
flor
florecimiento
florecientes
floreerde
prosperar
florecer
crecen
florecimiento
bloomed
floreció
is gekomen
vienen
han venido
han llegado
gebloeid
florecer
prosperar
floración
flor
florecimiento
florecientes
bloeiden
florecer
prosperar
floración
flor
florecimiento
florecientes
floreerden
prosperar
florecer
crecen
florecimiento
is tot bloei gekomen
bloemde
bloesem
flor
florecimiento
florecer
capullo
floración

Voorbeelden van het gebruik van Floreció in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Floreció como centro comercial y del puerto.
Het bloeide als handelscentrum en de zeehaven.
Floreció y luego murió,
Het bloeide en toen stierf het
Es la rosa que floreció en Nagasaki, Glover Garden no finished florecer..
Het is de opkwamen welk bloemden in Nagasaki, Glover Garden.
Y cuando floreció, miré, y ya están allí.
En toen het bloeide, zag ik eruit- en ze zijn er al.
Y en esa época floreció.
Ze bloeide toen helemaal open.
La escuela floreció grandemente.
Onze school bloeide zeer.
Washington floreció pero el pueblo no compartió su riqueza.
Washington bloeide op, maar het volk deelde niet in zijn rijkdom.
Washington floreció, pero la gente no participó en sus riquezas.
Washington bloeide op, maar het volk deelde niet in zijn rijkdom.
Comenzó con una silla y floreció en una serie con un potencial ilimitado.
Het begon met een stoel en groeide uit tot een serie met vrijwel onbegrensde mogelijkheden.
Descubre la ciudad en la que floreció la monarquía holandesa.
Ervaar de stad waar de Nederlandse monarchie opbloeide.
Durante el reinado de Ntare II, el reino floreció.
Tijdens de regering van Ntare II bloeide het koninkrijk op.
Pero la flor…¡Floreció!
Maar de bloemen, ze bloeide.
Hubo mucha lluvia y el país floreció.
Er viel veel regen en zijn land bloeide.
La unidad danesa floreció.
De Deense eenheid bloeide op.
La delincuencia organizada floreció.
De georganiseerde misdaad bloeide op.
Pero como… Como una flor, floreció.
Maar net als een bloem, bloeide het.
su conexión psíquica con Dios floreció.
hun psychische verbinding met God bloeide op.
Parecía que mi mente había sido sembrada por todos esos años… y entonces floreció.
Alsof m'n brein een zaadje was geweest dat ineens tot bloei kwam.
Hasta que, una luminosa mañana, floreció.
Op een heldere gele morgen bloeide ze.
Y esa noche, la semilla que había sido regada, floreció.
En in die nacht kwam het bewaterde zaadje tot bloei.
Uitslagen: 538, Tijd: 0.0786

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands