MALHUMORADA - vertaling in Nederlands

humeurig
de mal humor
temperamental
gruñón
irritable
malhumorado
mal genio
cascarrabias
petulante
chagrijnig
gruñón
irritable
mal humor
cascarrabias
malhumorado
de malhumor
norse
hosco
gruff
malhumorado
brusco
maleducado
de mal humor
gruñón
huraño
chagrijniglaan
somber
sombrío
triste
lúgubre
oscuro
pesimista
deprimente
desolador
melancólico
deprimido
malhumorado

Voorbeelden van het gebruik van Malhumorada in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Me duele la mano y estoy malhumorada.
Mijn pols doet pijn, ik ben nukkig.
Además, ella era malhumorada.
Ze was trouwens vals.
Ella está muy malhumorada hoy.
Ze is heel erg gemeen vandaag.
Una clienta, Joan, se consideraba malhumorada y confesó que podía darle un giro negativo a todo durante días a la vez.
Een klant, Joan, beschouwde zichzelf als humeurig en bekende dat ze dagen achtereen een negatieve draai aan alles kon geven.
Compartanlo, estoy malhumorada y embarazada y tengo que ir al centro de ayuda.
Deel ze, ik ben chagrijnig en zwanger en ik moet naar het bijstandscentrum.
En una respuesta malhumorada pero realista, Jean le pregunta
In een norse maar realistische reactie,
tu madre siempre estuviese malhumorada, o enferma, o cansada,
je moeder altijd chagrijnig was, of ziek,
Primero, enfréntalo- la gente que tiene dolor tiende a estar un poco malhumorada.
Ten eerste, eerlijk zijn- mensen die pijn hebben de neiging een beetje chagrijnig te zijn.
la ropa interior malhumorada mayo llevarte colapsar aferrado por práctico.
reductase zoals chagrijnig ondergoed mei laat je instorten vasthouden voor praktisch.
Ella castigó a Brad con su cara malhumorada, porque él hablaba sobre otras mujeres antes de hablar sobre ella.
Ze gestraft Brad met haar humeurige gezicht, want hij had het over andere vrouwen, alvorens te spreken over haar.
No soy una persona malhumorada con las últimas tendencias
Ik ben geen chagrijnige persoon die de nieuwste trends kent
¿La tía cruel, malhumorada, que te escupía en la cara
Gemeen, rimpelig, veegt-je-gezicht- af-met-spuug tante Betty?
Christina era malhumorada, inteligente, e interesó en libros
Christina was wispelturig, intelligent, interesseerde zich voor boeken
La luna brillaba malhumorada porque pensaba que el sol no tenía por qué estar allí después de que terminara el día".
De maan scheen mokkend, omdat ze dacht dat de zon geen werk meer had nadat de dag voorbij was.
largo con el Lory, que por fin se volvió malhumorada, y se limitó a decir.
die eindelijk werd sulky, en zou alleen maar zeggen.
también apeada a la categoría de'mujer negra malhumorada.
de machtigste vrouw in de wereld, als neergesabeld als die boze zwarte vrouw”.
no"Navidad malhumorada".
geen"Verdrietig Kerstfeest".
se fue a casa a vivir tranquilamente con su malhumorada madre.
om thuis rustig leven met zijn boze moeder.
La muchacha estuvo buscando fresas afuera, pero no halló ninguna y regresó malhumorada a su casa.
Het meisje zocht buiten naar aardbeien: toen zij er echter geen vond, ging verbolgen naar huis.
no halló ninguna y regresó malhumorada a su casa.
ze vond er geen en ging boos naar huis.
Uitslagen: 60, Tijd: 0.0787

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands