TIEMBLA - vertaling in Nederlands

beeft
temblar
temblor
sacudir
estremecer
temblorosas
trilt
vibrar
temblor
temblar
vibración
oscilar
vibrante
vibrador
tembloroso
estremecer
siddert
temblar
estremecer
schudden
sacudir
agitar
temblor
estrechar
agitación
temblando
dar
un apretón
beef
carne
temblad
ternera
res
beven
temblar
temblor
sacudir
estremecer
temblorosas
trillen
vibrar
temblor
temblar
vibración
oscilar
vibrante
vibrador
tembloroso
estremecer
bibbert
temblando
temblores
huivert
estremecer
temblar
estremecimiento
hacer una mueca de dolor
tiritar
hij rilt

Voorbeelden van het gebruik van Tiembla in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Aún tiembla.¿Qué.
Je beeft nog steeds.
El cuerpo tiembla.
Trillend lichaam.
¿Tiembla al tacto?
Trilt het bij aanraking?
¿Por eso tiembla tanto?
Trilt hij daarom zo?
Simplemente yace allí y tiembla sin mirar nada.
Hij ligt daar maar te trillen en naar niks te staren.
Lily tiembla y se retuerce tanto
Lily shakes en kronkelt zozeer
Todavía tiembla.
Hij trilt nog.
Con lo que tiembla yo no le confiaría ni un petardo.
Hij trilt zo erg. Ik zou hem niet eens een rotje geven.
Todavía tiembla cuando recibo un mensaje.
Het trilt nog altijd bij een nieuw bericht.
Si lleva contrabando y tiembla, le pillarán en la aduana italiana.
Als hij smokkelt en nerveus is, pakt de Italiaanse douane 'm.
Así que… Decís que tiembla.
Dus… u zegt dat het trilt.
El tío Mijaíl se acostó en el cobertizo y tiembla mucho.
Oom Michaïl is bij de schuur gaan liggen en rilt zo erg.
No.6726 El ave de ostra que tiembla para una ola.
No.6726 De oester vogel welk voor een golf verwikt.
Noticias Nieve, hielo tiempo establece Europa tiembla.
Nieuws Sneeuw, ijzige weer instellen Europa rillen.
se congela y tiembla.
bevriest en rilt.
¿Qué pasa?¿Por qué tiembla? Está séptico?
Wat gebeurt er. waarom trilt hij zo?
la persona tiembla.
de persoon rilt.
Alemania cabalga un caballo negro… y toda Europa tiembla.
Duitsers berijden zwarte hengsten. Heel Europa schudt op zijn grondvesten.
Siento que mi cuerpo tiembla.
Ik voel mijn lichaam gloeien.
Y cuando está tiembla todo el tiempo a causa de los periodistas.
Aan als hij hier is, beeft hij voor de journalisten.
Uitslagen: 314, Tijd: 0.0833

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands