VIVEN EN - vertaling in Nederlands

leven in
vida en
vivir en
vivo en
wonen in
vivir en
vida en
residir en
morar en
habitar en
en vivo en
residentes en
woonachtig in
vive en
residente en
reside en
domiciliada en
afincado en
con domicilio en
live op
en directo en
en vivo en
viven en
live en
activo en
en vivo en la página de
mensen in
humanos en
hombre en
persona en
humanidad en
gente en
individuo en
leeft in
vida en
vivir en
vivo en
woont in
vivir en
vida en
residir en
morar en
habitar en
en vivo en
residentes en
levend in
vida en
vivir en
vivo en
wonende in
vivir en
vida en
residir en
morar en
habitar en
en vivo en
residentes en
woonden in
vivir en
vida en
residir en
morar en
habitar en
en vivo en
residentes en

Voorbeelden van het gebruik van Viven en in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Esas personas, Iris, viven en la oscuridad.
Die mensen leven in het donker.
¿Viven en una casa?
Wonen jullie in een huis?
Los Unas de su planeta, viven en familias.
Op zijn planeet wonen ze in gezinnen.
Los judíos viven en el otro lado.
De joden wonen aan de andere kant.
Viven en la Costa Norte.
Ze wonen op de North Shore.
¿Cuánto tiempo hace que viven en esa casa?
Hoelang wonen jullie in dat huis?
Viven en el penthouse de la oficina principal de la compañía.
Ze wonen op de penthouse verdieping… van het hoofdkantoor van het bedrijf.
Por ciento de los estudiantes viven en el campus;
Procent van de studenten woont op de campus;
Los creyentes viven en un mundo hostil.
De gelovigen leven in een vijandige wereld.
Nos encantó que viven en la casa de Rabii.
We hielden van het leven in het huis van Rabii.
Los Amish viven en América del Norte.
De Amish leven in Noord Amerika.
Viven en escasos beneficios.".
Ze leven op magere winst.".
¿Alguno de ellos son parientes o viven en el mismo vecindario?
Zijn ze familie of leven ze in dezelfde buurt?
Ambos viven en las inmediaciones de Miami,
Beide leven ze in de buurt van Miami,
Ahora viven en mi maldita casa y obedecerán mis malditas reglas.
Jullie leven in mijn huis en komen mijn verdomde regels na.
Los animales viven en el presente.
Dieren leven in het hier en nu.
Los salvajes viven en las tinieblas. Debemos convertirlos.
De wilden leven in de duisternis, we moeten ze bekeren.
Los dos viven en el mismo….
Beiden wonen in het zelfde….
Actualmente viven en Lourmarin en Vaucluse.
Tegenwoordig wonen ze in Lourmarin in de Vaucluse.
Ustedes viven en los árboles.
Live in bomen, je kerels doen.
Uitslagen: 4967, Tijd: 0.0935

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands