Examples of using De god in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij geloofde immers niet in de geweldige God.
O Heer, de God van mijn vaderen.
Hij geloofde immers niet in de geweldige God.
De god van dans.
Klaar. In naam van de genadige God.
Ik ben het, Ember, de god van Fillory.
Ik ben niet geïnteresseerd in de God van de blanken.
Mike, in naam van de almachtige God.
Waarom? Ze geloven niet in de ene God.
De enige God is Allah en Mohammed is zijn profeet.
Je bidt tot de God van rechtvaardigheid en liefde.
Hij spreekt namens de God van Izaäk, Jakob en Abraham.
Verhoogd zij de God mijns heils!
De God Poseidon geeft koning Minos van Kreta een stier.
Want de HEERE, de God der vergelding, zal hun zekerlijk betalen.
Ik wens je toe dat de God van Jakob je zal beschermen.
Want de HEERE, de God der vergelding, zal hun zekerlijk betalen.
Zij dan zeiden: De God der Hebreen is ons ontmoet;
Want de HEERE, de God der vergelding, zal hunzekerlijk betalen.