Examples of using God in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Oh, mijn god, zei ik je.
Oh, mijn God, uw been.
Moge God u horen.
God, ik heb je gemist.
Oh, god, Ik ben bang. Ik ben bang.
Dank god dat ik niet zo cynisch ben als jij bent.
Ik dank God voor Jordan.
Oh mijn god, lieverd, nee.
God is de grootste!
Oh, mijn God, wat een wending.
Oh mijn god, waar heb je hem vandaan?
God, alsjeblieft, help haar. Genees haar.
In de naam van God, de Meest Barmhartige.
Oh, mijn god, een baby smallfoot!
God en David.
God, Munt, dat arme paard.
Oh, mijn god, ik heb geholpen!
God, nee, dat was mijn derde.- Arthur?
God is de grootse!
Oh mijn God, dank u.