Examples of using Krank in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je vergist je, Krank.
Concentreer je op mijn stem, Krank.
Goedemorgen, Mr Krank.
Bedankt.-Goedenavond, Mr Krank.
Vrolijk kerstfeest, Mrs Krank.
Kinderen! Mr Krank plaatst Frosty.
Luther Krank.
Krank, en in de gevangenis, en gij hebt Mij niet bezocht.
Elisa nu was krank geweest van zijn krankheid, van dewelke hij stierf;
Elisa nu was krank geweest van zijn krankheid, van dewelke hij stierf;
Elisa nu was krank geweest van zijn krankheid, van dewelke hij stierf;
Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht;
Het is hier krank… O, dat gehoest weer?
Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht;
En het geschiedde in die dagen, dat zij krank werd en stierf;
Doch in den tijd zijns ouderdoms werd hij krank aan zijn voeten.
Doch in zijnen ouderdom werd hij krank aan zijne voeten.
Doch in den tijd zijns ouderdoms werd hij krank aan zijn voeten.
Te dierzelfder tijd was Abia, de zoon van Jerobeam, krank.
Doch in den tijd zijns ouderdoms werd hij krank aan zijn voeten.