Examples of using Maal in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Twee maal vijf is tien.
Een maal binnen mochten we direct naar een bureau gaan.
Eerste maal dat je het ooit herinnert.
Drie maal welkom, Sinbad.
Dit is een maal voor je echtgenoot.
Annotatie: In: Beelding: Tien maal per jaar: Vol.
Maal de knoop en het staal allebei.
Twee maal zes is twaalf.
Een enkele maal verscheen ze in een rolstoel in de Tweede Kamer.
De derde maal deze maand.
Een maal door zijn eigen mannen.
Vijfendertig maal 36 is… Ja!
Annotatie: In: De Kunsten: vier maal per jaar: Vol.
Heer, dank U voor dit maal.
Doe dat maal 20, dan kunnen we het erover hebben.
Maal de sinaasappel in een blender met de schil.
Maar zoveel, vijfendertig maal miljoen, wordt vijfendertig miljoen dollar.
Maal per jaar 48 uur voor openstelling van het aanbod profiteren van exclusieve tarieven.
Rainer, dit maal wachten op assistentie.
Mg een maal 's ochtends.