Examples of using Minnaar in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De minnaar van mijn zus was niet bereid ons iets te vertellen.
U bent elkaars minnaar.
Met een golden-haired aangeboren echtgenote en een duistere minnaar.
Tot en met 31 mei 2015 was Jacco Minnaar de fondsmanager.
Of haar minnaar.
Hij is m'n minnaar niet.
Elke jongen wilde haar minnaar zijn.
Bangla huisvrouw strippend voor haar minnaar.
Leo blijft. Hij is mijn minnaar.
Zou u bezwaar maken tegen mij als minnaar?
Je bedoelt je inwonende minnaar zeker?
Ik zei gisteravond precies hetzelfde tegen jouw vroegere minnaar.
M'n vriendin en 'r toekomstige minnaar.
Het raadsel verschilt voor iedere minnaar.
In de high school noemen ze hen geen minnaar, Leland.
Ik zei gisteravond precies hetzelfde tegen jouw vroegere minnaar.
Nee! Hij is de minnaar van mijn moeder.
van de bruid gestolen. En een kalme, kale minnaar.
Hij is de beste echtgenoot en minnaar.
Hij is haar minnaar.