Voorbeelden van het gebruik van Minnaar in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Annabel en haar agressieve minnaar.
mijn Noorse minnaar.
Bishop is mijn vader en mijn broeder en mijn minnaar.
Hij is de minnaar van mijn vrouw!
Ik hoopte iets over een minnaar of een geheim te vinden.
De rol van minnaar past niet bij je.
Hij kwam vaak bij mijn minnaar.
Neem je ooit je mysterieuze minnaar mee?
Ja, hij is mijn minnaar.
De derde. Ze zijn allebei m'n minnaar.
Had ze een minnaar?
Wie? De minnaar van je moeder.-Hij?
Mama had jarenlang een minnaar.
Maar dit zweet op m'n voorhoofd is van een werker, niet van 'n minnaar.
Vergeet haar, minnaar.
Omdat ik haar minnaar ben.
Hij is je minnaar.
Haar man verwaarloost haar, en haar minnaar stelt haar teleur.
Ik was de minnaar van uw man.
Je hebt een minnaar.