Examples of using Prediken in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zelfs met radicalen die buitensporige dingen prediken.
Jullie zien hen een ander evangelie prediken dan dat IK plande.
We brengen in praktijk wat wij prediken.
Blijf jij maar haat prediken.
Dan zou je zijn woord gaan prediken.
Godslastering prediken.
De anarchisten die de schoonheid van vernietiging prediken.
Wijn, alsjeblieft. Hij is aan het prediken.
Ik zal niet prediken.
Fields blijft maar doorgaan met prediken tegen ons.
Ik heb hem horen prediken.
De Taliban prediken de oude manieren.
Nationalistische boeddhistische monniken prediken haat tegen moslims
Nee, we prediken dat je een dienaar van Kṛṣṇa wordt.
We prediken La Onda net zoals Billy Graham!
Degenen die het hardst prediken zijn altijd de grootste huichelaars, niet?
De meeste priesters prediken in de kerk.
Maar wij prediken Bhagavad-gītā zoals ze is.
De apostel moet verzoening prediken en de wereld met God verzoenen.
Je moet prediken op basis van de principes opgedragen door je spiritueel leraar.