Examples of using Tij in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dit herinnert me aan een tij.
Het is net als het tij, Jo.
Ga jij het tij voor hem veranderen?
Ik bevestig wat de heer Bangemann tij dens de discussie opmerkte.
Om er te komen is een race tegen het tij.
Het tij keert, Jackie.
IdeeÃ"n En Tij.
En we kunnen het tij niet stoppen.
Tij kan alles meenemen.
Daar geraken is een race tegen het tij.
Het tij keert.
We varen af met het tij, weet je.
Niet alleen de tijd maar ook het tij.
Hij moet vertrekken voor het ochtend tij.
Hoe zitten we met het tij, Jack?
Na het ochtend tij.
beheersten de wind en het tij.
Komend vanaf Ajaccio voor het ochtend tij.
We moeten vertrekken. Het tij keert.
Ik dacht dat het tij zou keren.