ALMOST ONE in Dutch translation

['ɔːlməʊst wʌn]
['ɔːlməʊst wʌn]
bijna één
almost one
nearly one
practically one
almost 1
bijna 1
almost 1
nearly 1
almost one
about 1
almost 1,000
almost 1,200
nearly 1,000
er bijna
almost there
nearly there
almost here
so close
there soon
hardly
nearly here
pretty
getting close
's almost
ongeveer een
about one
approximately one
almost one
nearly one
is about
bijna een
almost one
nearly one
practically one
almost 1
bijna n
nagenoeg één

Examples of using Almost one in English and their translations into Dutch

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
He was almost one year old here.
Hier was hij bijna één jaar.
He's almost one.
Hij is bijna één.
How many children? Almost one.
Hoeveel kinderen?- Bijna één.
Almost one in ten adults is an excessive drinker.
Bijna een op de tien volwassenen drinkt overmatig.
Almost one third of its area consists of lakes and forests.
Bijna een derde van de oppervlakte bestaat uit meren en bossen.
Maya was almost one of them.
Maya was er bijna eentje geweest.
Almost one in five travellers are Dutch.
Bijna een op de vijf reizigers is Nederlands.
Almost one million of these live in Peshawar.
Bljna 1 miljoen daarvan In Peshawar.
Soon they had almost one third of the living room at their disposal.
Al gauw hadden ze bijna een derde van de woonkamer tot hun beschikking.
I was almost one of them.
Ik was er bijna één van.
She's almost one of us, you know.
Ze is bijna een van ons, weet je.
A few years ago, the ratio was almost one in three.
Enkele jaren geleden was de verhouding nog haast één op drie.
You're almost one of us.
Je bent bijna een van ons.
This rises to almost one adult in three in Spain and Italy.
In Spanje en Italië geldt dit zelfs voor bijna een op de drie volwassenen.
Many speak of almost one fifth of the Chechen population.
Er wordt zelfs gesproken van bijna een vijfde van de Tsjetsjeense bevolking.
She is now almost one year old.
Ze is nu al één jaar.
You were almost one of those people.
Jij was ook bijna een van die mensen.
She is almost one of the guys.
Ze is bijna een van de jongens.
Almost one fifth of children live in poverty.
Bijna een vijfde van de kinderen leeft in armoede.
Almost one in six professors is a Doctor of Science, Professor.
Bijna een op de zes hoogleraren is een Doctor in de Wetenschappen, Professor.
Results: 238, Time: 0.0508

Word-for-word translation

Top dictionary queries

English - Dutch