ANKLEIDEN - vertaling in Nederlands

omkleden
umziehen
anziehen
ankleiden
umkleiden
zieh
het aankleden
anziehen
ankleiden

Voorbeelden van het gebruik van Ankleiden in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Sie wollen mich ankleiden?
Wil jij me kleden?
bilden, Ankleiden, Spa und Salon-Spiele.
verzinnen, aankleden, spa en salon spellen.
Beim Ankleiden einer Puppe erinnert sich das Kind daran, was es tragen soll, und lernt,
Bij het aankleden van een pop herinnert het kind zich wat hij in de juiste volgorde moest dragen,
Die sagte, dass viele Dinge wie Ankleiden zu weit nach unten,
De genoemde veel dingen, zoals dressing te ver naar beneden, met tatoeages
Die erste Verarbeitung und das Ankleiden der Nabelschnur werden unmittelbar nach der Geburt des Babys durchgeführt.
Primaire verwerking en aankleding van de navelstreng wordt uitgevoerd onmiddellijk nadat de baby is geboren.
Die Zimmer sind mit großen Betten, Ankleiden oder Schränken, komplettem Bad,
De kamers beschikken over brede bedden, een kleedkamer of kledingkasten, een badkamer met alle voorzieningen,
Zudem brauchen Sie ihn nicht ankleiden. Sie sollen nur nachsehen,
En trouwens, je hoeft 'm niet aan te kleden, zie er gewoon op toe
Sie geben einen Brief in ihrer Handschrift ab und sagen ihm, er solle sich seltsam benehmen und ankleiden, um seine Liebe zu ihr zu beweisen.
Ze bezorgen een brief in haar handschrift waarin ze hem vertellen zich vreemd te gedragen en zich te kleden om zijn liefde voor haar te bewijzen.
Der Markt der Anwendungen für das„intelligente Haus“(„Smart-Home“)(zur Unterstützung älterer Menschen beim Einkaufen, Ankleiden, selbständigen Fortbewegen)
De omvang van de markt voor toepassingen in intelligente huizen(leeftijdsgebonden assistentie bij boodschappen, kleding, zelfstandige verplaatsingen)
müssen sie nicht normalerweise ankleiden, ist dieses auch die Grundfrauen es vorziehen, ihr zu Hause spielen zu tun,
moeten zij niet zich normaal kleden, is dit ook de redenvrouwen verkiest het doen van hun thuis het gokken,
Julias Liebe und Unterstützung für mich, meine Mutter, reichte vom Baden und Ankleiden meiner Mutter an unserem Hochzeitstag bis zu den letzten Momenten dieser groβartigen Frau,
Zij hielp mijn moeder met baden en verkleden op onze trouwdag, tot op de laatste dagen van het leven van deze vrouw,
Wieso bist du noch nicht angekleidet?
Waarom heb je je jurk niet aan?
Ich bin angekleidet, Annora.
Ik ben aangekleed, Annora.
Es ist nur ein Körper, den ich füttere, wasche und ankleide.
Het is slechts een lichaam dat ik voed en was en aankleed.
Miss Brice ist noch nicht angekleidet.
Miss Brice is nog niet aangekleed.
Ich gewöhne mich nie daran, angekleidet zu werden wie eine Puppe.
Ik zal nooit wennen aan aangekleed worden.
Ich hatte sie gerade angekleidet.
We hadden haar net gekist.
Seine Lordschaft ist angekleidet.
Meneer is aangekleed.
Mr. Smith, Sie sind nicht angekleidet. Ich komme später wieder.
Smith, u bent nog niet aangekleed, ik zal later terugkomen.
parfümiert, angekleidet und.
geparfumeerd en aangekleed in.
Uitslagen: 45, Tijd: 0.1029

Ankleiden in verschillende talen

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands