OMKLEDEN - vertaling in Duits

umziehen
verhuizen
omkleden
verkleden
aankleden
om te kleden
verplaatsen
verhuist
kleed
verhuizing
verhuis
anziehen
aantrekken
dragen
aankleden
aandoen
aan te trekken
kleren
doen
aanscherping
omdoen
aandraaien
ankleiden
aankleden
omkleden
het aankleden
Umkleiden
kleedkamers
veranderende kleren
kleedruimtes
omkleden
verkleden
geval
zieh
betichten
trekken
umzuziehen
verhuizen
omkleden
verkleden
aankleden
om te kleden
verplaatsen
verhuist
kleed
verhuizing
verhuis
umgezogen
verhuizen
omkleden
verkleden
aankleden
om te kleden
verplaatsen
verhuist
kleed
verhuizing
verhuis

Voorbeelden van het gebruik van Omkleden in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Ik zag Riley zich omkleden en ik kreeg een hekel aan haar.
Gestern hab ich gesehen, wie sich Riley umgezogen hat und auf einmal hasste ich sie.
jullie je nu echt gaan omkleden.
ihr mal anfangt euch umzuziehen.
Chris? Ze moet zich omkleden.
Chris? Sie muss sich umziehen.
Ik moet me omkleden.
Ich muss mich anziehen.
Wat als ik me aan het omkleden was?
Wenn ich mich gerade umgezogen hätte?
Je kunt je nog omkleden.
Du hast noch Zeit, dich umzuziehen.
Ik kan me omkleden.
Ich kann mich umziehen.
Vámonos. Ik moet me omkleden.
Vámonos. Ich muss mich anziehen.
Ik kon me niet omkleden.
Ich hatte keine Zeit, mich umzuziehen.
Sorry, ik was me aan 't omkleden.
Tut mir leid. Ich hatte mich umgezogen.
Maar nu moet ik me boven omkleden voor yoga.
Aber jetzt muss ich mich fürs Yoga umziehen.
Ik moest me snel omkleden.
Ich musste mich in aller Eile anziehen.
Laat me douchen en me omkleden.
Lass mich duschen und mich umziehen.
Je moet je omkleden.
Ihr müsst euch anziehen.
Ik wil me omkleden.
Ich will mich umziehen.
Ik ga me omkleden.
Hören Sie, ich werde mir was anziehen.
Ik moet me gaan omkleden.
Ich muss mich jetzt umziehen.
Ik wil me omkleden.
Ich muss mich anziehen.
Lk moest me in de auto omkleden.
Ich musste mich im Auto umziehen.
Ik heb geen stroom in mijn kamer, en ik ga me niet omkleden in het donker.
Ohne Strom wollte ich mich nicht im Dunkeln anziehen.
Uitslagen: 630, Tijd: 0.0417

Omkleden in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits