Voorbeelden van het gebruik van Omkleden in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik zag Riley zich omkleden en ik kreeg een hekel aan haar.
jullie je nu echt gaan omkleden.
Chris? Ze moet zich omkleden.
Ik moet me omkleden.
Wat als ik me aan het omkleden was?
Je kunt je nog omkleden.
Ik kan me omkleden.
Vámonos. Ik moet me omkleden.
Ik kon me niet omkleden.
Sorry, ik was me aan 't omkleden.
Maar nu moet ik me boven omkleden voor yoga.
Ik moest me snel omkleden.
Laat me douchen en me omkleden.
Je moet je omkleden.
Ik wil me omkleden.
Ik ga me omkleden.
Ik moet me gaan omkleden.
Ik wil me omkleden.
Lk moest me in de auto omkleden.
Ik heb geen stroom in mijn kamer, en ik ga me niet omkleden in het donker.