ERLERNEN - vertaling in Nederlands

leren
lernen
beibringen
lehren
zeigen
erfahren
leder
unterrichten
iren
leert
lernen
beibringen
lehren
zeigen
erfahren
leder
unterrichten
iren
het aanleren
das erlernen
der erwerb
die vermittlung
zu unterrichten
das lernen

Voorbeelden van het gebruik van Erlernen in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Erlernen einer bestimmten Sprache/bestimmter Sprachen.
Het leren van een of meer specifieke talen.
Erlernen lebender Sprachen.
Het leren van levende talen.
Erlernen einer Symbolsprache Bliss.
Aanleren van een symbolentaal Bliss.
Die Eltern ließen ihn von Kind an das Violinspiel erlernen.
Zijn vader leerde hem al jong de beginselen op de viool.
Beim Erlernen von Spitznamen wird nur positive Verstärkung verwendet.
Bij het leren van bijnamen wordt alleen positieve versterking gebruikt.
Tippen Sie auf Meine Stimme erlernen und folgen Sie den Anweisungen.
Tik op Leer mijn stem herkennen en volg de instructies.
Mit viel Spaß den Wassersport erlernen, das ist das Motto von Norbert Röchter.
Leer het water met veel plezier, is het motto van Norbert Röchter.
Ziel: Erlernen der Grundbegriffe mit Schuss,
Doel: het leren van de basisvaardigheden met Schuss,
Dem Unterrichten und Erlernen der Sprachen kommt besondere Bedeutung unter benach- barten Mitgliedstaaten zu.
Het onderwijzen en leren van talen heeft een bijzonder belang in aangrenzende lidstaten.
Zum Beispiel das Erlernen der Unterschied zwischen einer Spirale
Bijvoorbeeld leer- het verschil tussen een spiraal
Neben der Haarpflege erlernen Sie auch die Grundtechniken der Hand- und Gesichtspflege.
Naast haarzorg leer je ook de basistechnieken in hand- en gelaatsverzorging.
Einige unserer Mädchen erlernen die Grundmathematik.
Sommige van de meisjes studeren wiskunde op een gewone niveau.
Doch wo das komische Handwerk erlernen?
Maar waar moest ik dat leren?
Zusammen werden wir die Liebe erlernen.
Samen zullen we leren lief te hebben.
Sich amüsieren. oder auf Kreuzfahrt gehen. Sie können Fremdsprachen erlernen.
Leer een taal of ga mee met een cruise. Veel plezier.
Alle Aufgaben erlernen und perfekt erfüllen.
Om te leren en te volharden bij alle taken.
Wie ich sehe, erlernen Sie einen Beruf.
Ach, we leren je een vak.
Teilziel 3.3- verstärktes erlernen fremder sprachen.
Doelstelling 3.3 Het leren van vreemde talen verbeteren.
Das Programm fördert den Unterricht und das Erlernen der elf LINGUA-Sprachen.
Het Programma ondersteunt het onderwijzen en aanleren van de elf LINGUA-talen.
Aber das werden wir jetzt systematisch erlernen.
Maar we gaan dit systematisch aanleren.
Uitslagen: 506, Tijd: 0.1117

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands